Is ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’ saai?

Af en toe vraag ik mezelf af: als Daan en ik al zo jong een relatie hebben gekregen. Zo jong zijn gaan samenwonen. Zal hij (of ik, je weet het nooit) niet op zijn dertigste midden in de nacht badend in het zweet wakker worden, denkend dat hij iets gemist heeft in het leven? We waren allebei zestien toen we begonnen met daten en aan het begin van onze relatie heb ik een keer tegen Daan gezegd: “Waarom moeten we nu al op elkaar verliefd worden? Dan moet het toch ooit uitgaan? Het lukt bijna niemand om dan hun hele leven bij elkaar te blijven.” Daan was toen al mijn reality check als ik weer eens hysterisch ben. “Het kan wel”, zei hij. “Er is maar één manier om daar achter te komen.”

Ontelbare keren heeft iemand mij al verteld dat wij #relationshipgoals zijn, of dat mensen ons als een soort voorbeeld zien. #goals zijn overrated, niemand is perfect en dat begrijp jij ook als je samenwoont en ik weer eens met de deur open zit te poepen. Tegelijkertijd wordt er, niet over mij, maar over een lange relatie of samenwonen in het algemeen, altijd een beetje minachtend gedaan. Dat heeft er wel voor gezorgd dat ik meer dan één keer onzeker ben geworden. Maar ik realiseerde me dat mensen zo jong settelen (met een golden retriever en zo), vooral saai vinden. En ik realiseerde me ook dat ik mijn leven alles behalve saai vindt. Ik kan gewoon met vriendinnen afspreken, uitgaan, domme dingen doen. Het enige wat ik niet kan is mijn tong in iemands mond stoppen – of iemand anders zijn piemel in mij laten stoppen. Geloof me, Daan heeft genoeg tong voor mij. En genoeg piemel.

Als het ooit uit zou gaan, dan zou ik geen moment spijt hebben dat ik op mijn 20e ben gaan samenwonen. Dan heeft hij in ieder geval voor een geweldige tijd in mijn leven gezorgd, waar ik ook nog eens intens gelukkig ben geweest (ieeelwh Tessa, zei je dat nou echt? Cliché much). Soms zijn we twee kleine kinderen en zwaaien we met nep-lightsabers (geen idee waarom ik er nep voor zet, want to my knowledge bestaan ze nog niet echt… nóg niet ja). Soms maken we ruzie om iets wat op dat moment enorm belangrijk lijkt, maar waar ik dan nu op dit moment geen voorbeeld van kan bedenken. Maar Daan is altijd mijn persoonlijke cheerleader geweest, die meer in mij geloofd dan ik ooit zal doen. En ik doe hetzelfde voor hem. Hoop ik dan. Door de jaren heen hebben we elkaar veranderd van verlegen puberende kinderen in twee mensen die constant sarcastische grapjes maken, dromen hebben, vaak in horizontale positie op de bank verkeren, minder vaak stofzuigen dan nodig is, maar toch af en toe best volwassen zijn. En saai, dat is het nooit hem.